Titicaca meer - Puno - Peru en Bolvië

October 28, 2007 - Permalink - Geen reacties

Wikipedia wist het veel beter te omschrijven dan ikzelf :

Het Titicacameer is het grootste meer van Zuid-Amerika, met een oppervlakte van 8340 km², gelegen in de Andes tussen Peru en Bolivia. Met een hoogte van 3812 meter boven de zeespiegel is het het hoogste commercieel bevaarbare meer. De diepte is gemiddeld 140-180 meter, maximaal 280 meter. Er monden 25 rivieren in het meer uit, maar geen van hen is van bijzondere betekenis, en er zijn 41 eilanden, sommige hiervan zijn dicht bevolkt.

De bekendste eilanden zijn Isla del Sol, Amantaní en Taquile.

Het meer is in twee delen verdeeld, een kleiner meer ten zuidoosten van het hoofdmeer is via de Straat van Tiquina met de rest van het meer verbonden. Niet ver van het meer liggen de ruïnes van de stad Tiwanaku, die zijn bloeitijd kende tussen 500 en 1000 n.Chr, eigenlijk ligt een deel van de stad zelfs onder de waterspiegel.

Bekend zijn de riet-eilanden van de Uros-indianen. Deze eilanden zijn gemaakt van riet (totora riet) dat langs de oevers van het Titicacameer groeit.

Er zijn zo'n 40 eilanden, die bewoond worden en waarvan de bewoners van alles van riet maken: huizen, huisraad, boten etc. Als de waterstand hoog is, drijven deze eilanden. Zodra het riet aan de onderkant vergaat, wordt een nieuwe laag toegevoegd. Oorspronkelijk waren deze eilanden het toevluchtsoord van de Uros indianen voor de oprukkende Inca's.

Tegenwoordig leven de Uros van de toeristen, die vanuit Puno de eilanden bezoeken.

De Boliviaanse Marine oefent sinds Bolivia in 1884 zijn kuststrook aan Chili verloor (zie: Salpeteroorlog), in het Titicacameer.

Het water van het Titicacameer is licht zout van samenstelling. Het meeste water dat met de rivieren het meer binnen komt, verdwijnt door verdamping. Slechts een klein deel van het water verlaat het meer via de rivier Desaguadero om via het Poopómeer (dat veel zouter is) uit te monden op de zoutvlaktes van Uyuni (Salar de Uyuni en Salar de Coipasa), alwaar het water geheel verdampt en het zout achter blijft. Dit verklaart waarom het westen van Bolivia en het zuid-oosten van Peru op een grote hoogvlakte (Hoogland van de Andes) ligt: het water stroomt nergens af naar de oceaan, zodat de rivieren zich nooit diep in hebben kunnen snijden.

Over de jaren heen kan het niveau van het meer sterk variëren. In 1986 heeft het niveau zo hoog gestaan dat er veel overstromingen zijn opgetreden. In drogere perioden staat het water soms wel zes meter lager.

Vindt u dit artikel de moeite? Voeg het toe: Delicious Digg Technorati Furl

Recente artikels

Reageer

Hou het beleefd en relevant. Uw E-mail adres wordt niet getoond