Marja en Jef Lembrechts

Wereldreizigers sinds we samenzijn.

Taiwan - Deel 6 -Het woeste hooggebergte

February 29, 2008 - Permalink - Geen reacties

Taiwan kaderde in onze reis van 6 maanden door Japan, Korea en Taiwan. Nadat we onze auto vanuit Japan terug verscheept hadden naar België  vlogen we voor 3 weken naar Taiwan  waar we een Ford camionette huurden.

 

 

Het woeste hooggebergte

 

Het binnenland in hartje Taiwan bevalt ons zo goed dat we tegen schema en tijd in toch nog de 200 km verder door het woeste binnenland er bijnemen.

Vanaf Sun Moon Lake wordt het weer gestadig klimmen. We willen over de hoogste bergpas. Hartje Taiwan is hier wel letterlijk te nemen. Puli 18 km ten noorden Sun Moon Lake is het geogra­fisch centrum van het eiland.

De gehaaste wolken die de hele morgen al verstoppertje speel­den met de hoogste bergtoppen, spelen ons nu parten. Enkele honderden meter voor de top van de 3275 m hoge Wustepas, worden we er door opgeslorpt en zitten we in een dikke mist.

't Is één van de weinige plaatsen waar in de maanden januari februari geskied wordt en waar bergbeklimmers hun hartje kunnen opha­len.

Wat we niet in  de folders vonden en toevallig ontdekten door een bord langs de weg is Taiwans grootste Taoïsti­sche tempel, 8 km buiten Kukuan. Het complex tegen een berg­flank omvat 3 tempels, enkele administratieve gebouwen en een commerciële vleugel met souvenirstandjes en restaurant.

Er zijn niet veel gelovigen op deze vroege zaterdagmorgen, maar die er zijn menen het.

Een vrouw staat luid te zingen, zwaaiend met een handvol wierookstokjes. Voor de hoofdtempel doet een priesteres een vorm van handoplegging bij een vrouw. Niettegenstaande het blijft bij zachtjes wrijven en aanraken van bepaalde lichaams­delen, laat de vrouw luidop haar gevoelens blijken door pijn­lijk te kreunen of zich voldaan en opgelucht te tonen.

Twee jonge vrouwen voeren op blote voeten een rituele dans uit. Een echte evenwichtsoefening met gesloten ogen waarbij li­chaam, armen, handen en benen sierlijke vormen aannemen.

Een groepje van 6 in een zelfde geel plunje doet de hele bede­vaart met het nodige ritueel langs alle zijnissen en heiligen­beelden. 

Terug in de vlakte langs de westkust doen we Taiwans derde grootste stad Taichung aan.

De blikvanger in Taichung is zeker de Paochuen-tempel. In een drukke straat prijkt boven de omheining tussen de omliggende hoogbouw een enorm 32 m hoog verguld boeddhabeeld. Een  Mai­treya zoals deze dikbuikige schalkse boeddhavoorstelling gezeten op een lotus in India genoemd wordt.

De tuin rond de tempel is opgesmukt met afbeeldingen van de Maitreya. Schijnbaar een levensgenieter die in alle houdingen, levensgroot tot in het lachwekkende toe voorgesteld wordt.

Over een goed uitgebouwde route Nr 3 rijden we langs uitge­strekte aard­beienvelden waaraan de vruchten volop hangen te rijpen, naar Sawan.

't Is wel wat zoeken om het tempelcom­plex van Shihtoushan op zo'n 25 km van de hoofdbaan te vinden. Het duurt even voor we de juiste Chinese karakters ontleed hebben, maar een half uur later staan we toch op de parking voor onze laatste nacht in de auto.

Als we 's morgens verschillende Taiwanezen vanaf de parking naar de hoofdtempel zien trekken denken we dat er een vroege eredienst plaats heeft. We volgen ze maar stellen al vlug vast dat het hen daar niet om te doen is. Zij maken er een morgen­wande­ling van  over de rug van de berg.

We hebben er al een stevige wandeling opzitten voor we terug aan het tempelcomplex zijn.

Dit uitgestrekt Boeddhistisch klooster waar monniken en nonnen een spartaans leven leiden ligt uitgestrekt tegen de flanken van "Lion's Head Mountain". Vanop een afstand zou men met wat verbeeldingskracht  een leeuwenkop herkennen in de silhouet van de bergflank, vandaar de naam.

De piramidevormige verbrandingsovens bij haast iedere tempel hebben ons al dikwijls geïmponeerd. Hier is een priesteres met veel ceremoniële buigingen, vreemde gebaren en danspasjes de papieren ruikers, figuurtjes en boekjes die op het offeral­taar achtergelaten werden aan het verbranden.

Een man die onze belangstelling ziet legt het uit. De vergulde papieren lotus­sen, figuurtjes of gewone blaadjes met teksten en tekeningen op is "Ghost Money". Om geen echt geld te moeten verbranden wordt dit nepgeld dat aan de kraampjes rond de tempels met pakken verkocht wordt geofferd.

Tijdens het ritueel met de wierookstokjes waarbij ze de goden om één of andere gunst smeken, ligt het nepgeld op de offer­tafel. Sommigen verbranden nadien zelf hun "Ghost Money", maar als het papier op de tafel te omvangrijk wordt doet een pries­ter of priesteres  het verbrandingsritueel. De rook gaat op in de kosmos om de goden te behagen. Er zijn ook varianten die dan weer slaan op het bevredigen van de wil van boze geesten. Of nog andere die daardoor het nodige zakgeld willen verschaf­fen aan een afgestorvene voor een beter leven in het hier­namaals.

Truckers werpen onderweg op gevaarlijke plaatsen soms nepgeld uit hun voertuig voor bescherming van één of andere ver­keers­god. Daarom ook die honderden kleine offer­plaatsjes die men op alle plaatsen in het land vindt en waar altijd wie­rook­stokjes en kaarsen branden en kleine hoeveelhe­den voedsel en "ghost money" te vinden zijn.

Naargelang de gouden of zilveren opdruk in het midden van het papiertje spreekt men van "Gost Money" of "God Money", die gebruikt worden om de goden te behagen of figuur­lijk hun gunsten af te kopen.

Opvallend dat in de tempels alles er op wijst dat enkel gebe­den wordt voor het materiële welzijn van zichzelf, zijn fami­lie, omgeving of afgestorvene, maar haast nooit met het in­zicht op een beter plaatsje in het hiernamaals.   

 

Vindt u dit artikel de moeite? Voeg het toe: Delicious Digg Technorati Furl

Recente artikels

Reageer

Hou het beleefd en relevant. Uw E-mail adres wordt niet getoond