Marja en Jef Lembrechts

Wereldreizigers sinds we samenzijn.

Korea - Deel 1 -Pusan 1

March 22, 2008 - Permalink - Geen reacties

Korea  kaderde in onze 6 maanden reis met onze VW camper door Japan, Korea en Taiwan. Na 3 maanden Japan staken we met de ferry, zonder auto de Japanse zee over voor een bezoekje van een week, zo konden we bij het terugbinnenkomen in Japan weer een nieuwe verblijfsvergunning van 3 maanden bekomen.

EEN SNUIFJE KOREA  

Ik lig op mijn tatami op de ferry die ons van Shimonoseki naar Pusan in Korea moet brengen. Naast ons een drukte van jewel­ste. Onze Koreaanse medereizigers zijn ijverig bezig hun goederen te herpakken. Een oude vrouw naast ons is haar geld aan het tellen dat nadien in een linnen zakje verdwijnt tussen haar bloes. Blijkt dat het legale smokkelaars zijn die de zere plekken van zowel de Koreaanse als Japanse consumptie­markt kennen en die uitbuiten.

Elektrische toestellen, sterke drank, sigaretten, fototoe­stel­len, cosmetica en instant koffie schijnen in Japan goedkoper of in Korea niet voorhanden. Uit Korea worden goederen meege­bracht die in Japan dan weer een stuk duurder zijn. Dus met pak en zak 1 tot 2 maal per week de plas over met hoeveel­heden die wettelijk toegelaten zijn.

We hebben "economy class" genomen, dat wil zeggen tussen de sjacheraars. We delen de 8 ligplaatsen in de grote open zaal met 3 Koreaanse vrouwen, een Canadees die Engelse les geeft in Japan en om de drie maanden even over de grens gaat om zijn verblijfsvergunning te verlengen en een Aziaat met Amerikaans paspoort die hetzelfde probleem heeft. Verder geen blan­ken aan boord. De rest van de 150 plaatsen op afdeling 2B wordt inge­nomen door de smokkelaars, voor 70% vrouwen.

Meteen valt het mentaliteitsverschil met de Japanners op. Het is er een stuk luidruchtiger en er wordt fel gediscussieerd. In de haven dachten we al dat het tot een handgemeen kwam over een plaatsje in de aanschuivende rij.

Naast ons lijkt het hoofdkwartier van de smokkelmaffia te zijn.  Een struise Koreaan dirigeert de verdeling. Hij maakt een nors gebaar als Marja even over het muurtje kijkt. Hij duldt blijk­baar geen pottenkijkers. Ook onderling wordt er nog gesja­cherd. De laatste inkopen aan sterke dranken en sigaret­ten worden gedaan in de "duty free shop" aan boord.

Als alles herpakt is nemen ze nog een bad en kleden zich om voor de nacht. Overal hangen handdoeken, bloesjes en T-shirts te drogen. Om 22 uur worden de lichten gedoofd en wordt het onwaarschijnlijk stil.

De voorbereidingen  voor de ontscheping zijn weer even chao­tisch. De gangen lijken te smal om er de uitpuilende sport­tas­sen, valliezen en kartonnen dozen door naar de uitgang te sle­pen.

In ieder compartiment speelt een TV waar niemand aandacht aan schenkt. Verrast kijk ik op als ik plots de stem en de figuur van Sabine Tiels meen te herkennen op het scherm. Even later zingen op de Brusselse markt de Vlamingen uit volle borst de Vlaamse Leeuw mee. We zijn  meteen aan het beeld gekluisterd. Het blijkt één van die manifestaties waarbij Vlaamse eisen gescan­deerd worden. Voor de Koreaanse TV is het een nieuwsitem

Bij emigratie en douane komen we in de lange file te staan, maar terwijl de Koreanen langs de rode lijn moeten passeren om aangifte te doen van hun goederen, mogen wij langs de "niets aan te geven", de zogenaamde groene lijn ongestoord door.

Onze plannen om eerst Kyongju, het vroegere Shillakoninkrijk te bezoeken, hebben we op de boot al gewijzigd. Marja had in de haven in Shimonoseki een folder meegepakt waaruit bleek dat in Pusan vanaf de tweede maandag in oktober het Chagalchi festival begint. De feestelijke opening en de optocht willen we niet missen.

Het hotelletje dat we in onze reisgids aangeduid hadden be­staat niet meer. Maar keuze is er genoeg we pikken er hotel Seoel uit vlak bij de haven.

Het park rond de Pusan-toren is al in feeststemming als we er in de namiddag toekomen. TV-camera's verslaan de openings­plechtigheid met toespraken en folkloristische optredens. Daarna zakken we af naar de kleine steegjes in de binnenstad aan de haven, waar het allemaal te doen is. We kunnen er over de koppen lopen. De echte Aziatische sfeer die we in Japan misten. Rond de eet­stalletjes hangt de pikante geur van Azia­ti­sche gerechten. Het is één groot marktgebeuren. Op iedere straathoek leven jonge­ren zich uit voor de karaoke-microfoon. Ze  geven hun eigen versie van hun favoriete nummer .

De volgende morgen doen we eerst de Chagalchi vismarkt aan. De feestweek wordt genoemd naar deze volksbuurt langs de haven. Het is één van de grootste vismarkten die we ooit bezochten. In de hallen en kraampjes worden zowat alle zeevruchten en vissoorten aangeboden die de oceaan rijk is. Maar ook alle andere goederen die van eigenaar kunnen verwisse­len vindt men er.

De keuze aan restaurantjes is weer enorm. Een bank met een stoel naast een kookpot, een schotel groenten en vis is vol­doende om er een mini-restaurant van te maken.

We zijn dezer ­dagen ook op de restaurantjes aangewezen. Nu we ons bestek moeten missen is het een hele bedoening om met de chopsticks de noedels en pikante hapjes bij de mond te bren­gen. De hygië­nische toestanden zijn een stuk minder dan in het buurland. Ter hoogte van elke tafel hangt tegen de muur een rol WC-papier waarvan men zelf zijn servet kan afscheu­ren.

In de namiddag trekt een uitbundige stoet door de straatjes die het folkloristische leven van de buurt uitbeeldt.

 

Vindt u dit artikel de moeite? Voeg het toe: Delicious Digg Technorati Furl

Recente artikels

Reageer

Hou het beleefd en relevant. Uw E-mail adres wordt niet getoond