Japan - Deel 4 - Hokkaido - Onze Onsen
ONZE ONSEN
Er vallen enkele druppels regen op mijn verhit aangezicht dat boven het wateroppervlak van het Ikenoyo openlucht warmwaterbad uitsteekt. Enkele meter verder vloeit de onsen, zoals de Japanners hun thermale baden noemen, over in het Kussaro meer. De warme neveldamp boven het water trekt langzaam op in het miezerige weer. Maar het ontspannend gevoel 's morgens om 6 uur in het heetwaterbad is zalig. Een weldoende therapie voor onze roestende knoken.
Het niet al te beste weer deed ons gisteren nog doorrijden tot aan het Kussaromeer in het erg vulkanisch Akan Nationaal Park. Pendelend langs de beboste oever hadden we al enkele malen gestopt om een overnachtingsplaats te zoeken.
Bij een zoveelste poging kwam Marja na enkele minuten opgewonden met haar duim in de hoogte uit het bos. Langs een spoor bracht ze mij tot voor deze dampende onsen. Een met lavablokken afgezet bad van wel 15 m doormeter, een 80 cm diep en de bodem bedekt met een laagje kiezel, waaruit het water vanuit de ondergrond rechtstreeks opborrelt en kleine luchtbelletjes maakt aan de appervlakte. Temperaturen ergens rond de 40°. Vlak ernaast 2 houten kleedhokjes met buitenverlichting. Blijkbaar heeft het behoord bij een klein kuuroord dat in verval geraakte. Aanvankelijk dachten we de onsen voor ons alleen te hebben, dat is de langste tijd ook zo maar tijdens het weekend hebben we er toch regelmatig bezoekers.
De regen houdt ons twee dagen aan onze onsen gekluisterd, maar dat kan de warmwaterpret niet bederven.
Waren we nog te preuts de eerste dag met ons badpak aan? Dat blijkt, want geloven of niet, de Japanners baden meestal nog naakt en gemengd in hun onsen, al koketteren jonge vrouwen ook al eens graag met een modieus badpak. Naakt op het bijna rituele klein wit handdoekje na, dat tijdens het baden op hun hoofd hangt.
Tot onze verwondering drijven er in de namiddag honderden dotjes algen op het water. De "Flower of the Onsen" volgens een Japanner. Het hete water maakt naargelang van de druk of de temperatuur sporadisch de algen los van de steentjes, waardoor de onsen zichzelf reinigt. Even later drijven ze langs de overloop in het meer. Tot wel 10 meter van de oever is het temperatuurverschil voelbaar.
Een zestigjarige boerin die iedere avond met haar man in hun blootje in de onsen komt hangen brengt ons de tweede avond, als ze Marja het eten ziet bereiden twee dikke tomaten. Hoffelijke knikjes en buigingen is de enige verstaanbare bedanking.
De geplande wasdag moet nog worden uitgesteld maar het verbijf in onze VW doet Marja's keukeninspiraties werken, wat resulteert in een heerlijk bananenbrood.
De derde morgen is het weer goed genoeg om verder te pendelen. Het attractiefste plaatsje langs het meer is Samayu, waar men langs het strand zijn eigen warmwaterpoeltje kan graven. Even het zand wegkrabben en op amper 30 cm borrelt het warme water op, hooguit 1 m van het meer.
Sommigen maken het kuiltje groot genoeg om er inzittend tot aan de heup van te genieten, andere doen het voor de lol.
Bussen toeristen strijken er neer en beginnen enthousiast en giechelend als kinderen in het zand te dabben, om dan vast te stellen dat de reisfolders toch niet gelogen hebben.
Het actiefste stoombekken ligt tegen de flanken van de Izo krater. De meesten rijden tot op de parking juist voor de berg, maar wij opteren voor een 2 km lange wandeling vanuit Kawayu aangelegd door een zee van azalea's en knoestige dwergsparren.
Het circus rond de berg draait op volle toeren. Enkele tientallen bussen hebben er hun toeristen uitgespuwd die als een horde tegen de flank oplopen. Daar worden ze verwelkomd door mannen met luidsprekers die tevens reklame maken voor hun handeltje in eitjes, hard gekookt in één van de pruttelende zwavelpoelen. Ze gaan van de hand voor 105 fr voor 5 eitjes een snuifje zout inbegrepen.
Dat ter zijde is de geelbruine kloof die de berg in twee splijt een aparte belevenis. In de fumeroles sputtert en stoomt het ondergrondse water met een oorverdovend sissend geluid. Uit minivulkanen maar soms ook uit een onooglijk klein kuiltje springt het water op. Soms zie ik Marja die maar enkele meter verder staat niet meer door het stoomgordijn.
De hete stoomuitwasemingen bevangen de adem. De lucht is er zwanger van de solfer die de reuk van rotte eieren verwekt. Men mag het terrein op eigen risico ontdekken maar de meeste dagjestoeristen passen bij het eerste stoomgeweld. Rond de bulderende opgehoopte solferkegels, gevormd door geel-groene kristallen trilt de grond. Spectaculair, adembenemend soms angstaanjagend. Een nietigheidsgevoel overweldigt ons, wat is de aarde toch broos.
Uiteraard was deze omgeving ook een aantrekkingspool voor de Ainu's de bijna uitgestorven oerbevolking. In de eerste plaats benutten ze het warme water , anderzijds was de Izo de verblijfplaats van hun goden. In Kawayu waar het warme water op verschillende plaatsen langs het riviertje door het stadje opborrelt, hebben ze altijd geleefd. Enkele kleine musea en folkloristische toestanden herinneren aan die tijd.
Wat ze in al die eeuwen niet verleerden is hun houtsnijkunst. In kleine ateliers, of soms gewoon voor hun winkeldeur zitten ze te werken. De motieven zijn dieren en dan vooral beren, demonen, voorouders en eigen ideetjes.
Een tweede maal rijden we in de vroege morgen naar het op 1200 m gelegen Mashu-meer. We denken dat het weer een maat voor niets wordt. Een dichte mist eigen aan het meer van de duivel zoals de Ainu's het noemen, vult de diepe krater. Onze beslissing om boven eerst ons ontbijt te nemen is een goeie gok. Een half uur later blaast de wind de mistflarden weg en zien we sporadisch het mysterieuse kratermeer diep onder ons. Er hangt een onwezenlijke sfeer die de Japanners naast ons ondergaan door euforisch in de handen te klappen en gilletjes te slaken van opwinding telkens de steile klippen en de eilandjes in het meer even bloot komen.




Hokkaido
Hokkaido