Marja en Jef Lembrechts

Wereldreizigers sinds we samenzijn.

Japan-Deel 1 -Beklimming Fujijama

October 29, 2007 - Permalink - 1 reactie

In 1996 verscheepten we onze VW camper naar Osaka in Japan voor een tocht van 5 maanden Japan, Korea en Taiwan. Weer een heel andere cultuur.

Het beklimmen van de heilige Fujijama met 3776 m de hoogste berg van Japan is een wensdroom van iedere Japanner. Voor de aanhangers van het Shintoïsme is het een bedevaart naar het schrijn aan de rand van de krater.Niettegenstaande de meeste niet boven geraken blijft het toch een uitdaging voor jong en oud.

Wij beleefden het zo:

FUJI WE KOMEN      

 

"Oei, 't is al kwart over vier, is de wekker dan niet afgelo­pen?", vraagt Marja met nog slaperige ogen. "Verdomme ik heb hem verkeerd ingesteld", replikeer ik geërgerd.

Drie kwartier later beginnen we met veel twijfels een de klim van de Fuji. Het stond hoog op ons verlanglijstje van ons Japanbezoek. Na al wat we gelezen hadden hebben we toch onze twij­fels. Twee miljoen stoutmoedigen zouden er ieder jaar aan begin­nen, 3/4 daarvan zou onderweg afhaken.

Intussen stonden we al 2 nachten op onze goeie overnach­tings­plaats. Gisteren hadden we het vijfde station, waar de parking ligt en de klim begint, al grondig verkend. De hele klim is vanaf de voet van de berg opgedeeld in 10 stations. Tot het vijfde kan men met de wagen rijden.

Het was er de hele dag erg druk rond de restaurants en souve­nirwinkeltjes. Het verkeer werd er een kilometer voor de parking al opgehouden en slechts met mondjesmaat toegelaten  naargelang er plaatsen vrij kwamen.  De meesten lieten hun wagen langs de weg achter en kwamen te voet boven.

Het merendeel waren dagtoeristen. Toch verwonderde het ons zoveel trekkers te zien verdwijnen langs het klimpad. Niet allemaal willen of kunnen ze naar de top. Sommigen houden het aan het zesde station ,waar men ook met paardjes kan komen, al voor bekeken.

Het sterkte ons een beetje als we 's avonds de kuddes Japan­ners zagen vertrekken naar de top. Gids met vlaggetje op kop, daarachter per 2 de goed geëquipeerde wandelaars tussen de 15 en de 7O jaar op stevige schoenen, rugzakje met proviand,  drinken en regenjasje, hoed op en witte katoenen handschoenen aan. Een wandelstok waaraan een Japans vlagge­tje wimpelt en belletjes rinkelen. Op de borst een fluore­scerend nummer om niet te verdwalen. En de onvermijdelij­ke instantcamera in aanslag.

Eenmaal in zijn leven de Fuji be­klimmen is zowat de wensdroom van iedere Japanner. Niet uit­sluitend voor de pres­tatie. De Fuji is een heilige berg volgens het Shintogeloof. Tot 1860 waren er trouwens geen vrou­wen toegelaten. Die mythe is wel wat afgezwakt, maar toen men voor enkele jaren een kabel­spoor naar de top wilde aanleggen, moest men daar toch van afzien omdat de bevolking het als een heiligschennis aanzag en mis­schien wel de wraak van de goden vreesde.

Wij hadden onze tocht aanvankelijk gisteravond gepland, maar de zichtbaarheid was praktisch nul en boven regende het vol­gens het weerstation. De bedoeling van dat nachtelijk klimwerk is om de zon te zien opkomen. Een evenement dat volgens sommi­gen de naam van "Het land van de rijzende zon" zou recht­vaar­digen. Volgens de statistieken is de kans dat men de opgang meemaakt betrekkelijk klein. Meestal komt ze slechts een hele tijd later vanachter enkele omfloerste wolken tevoor­schijn. Ander nadeel is dat men 's nachts tegen de hellingen niet veel ziet. Anderzijds kan het klimmen overdag in de zon het een stuk zwaarder maken.

Daarom dat we er nu zo vroeg bij zijn. De hemel is klaar en het belooft een mooie dag te worden. Vijf tot 6 uren klimmen en 3 uren dalen, zonder de ingelegde pauzes is het schema.

Uitdagend ligt het pad voor ons. Vanaf het zesde station zien we duidelijk de weg zigzaggend tegen de kale helling lopen. De gebouwtjes van de volgende stations lijken zo dicht bij, maar schijn bedriegt: het is altijd weer een uur tot anderhalf uur klimmen.

Tussen station 7 en 8, volgens schema 100 minuten, kruipen we erg traag tussen de lavablokken naar boven. We trekken ons op aan de kettingen die langs het pad gespannen zijn, om tegen de steile wand te klimmen.

Het briesje op deze hoogte tempert wel de temperatuur maar de zon brandt verraderlijk.

De taterende Japanners, zijn een heel stuk stiller geworden. Voor velen van hen heeft de klim van de Fuji een dubbele bete­kenis. Er is de nationale trots om boven op de Fuji gestaan te hebben en de bedevaart die gepaard gaat met pijn en smart.

Vanaf station 8 wordt het zwaar, het is er kruipen door het losse zwarte korrelige lavazand. 't Is als een Echternach proces­sie, 3 stappen voorwaarts en één achterwaarts.

In een bocht hoor ik een man kreunen men tracht hem nog aan te porren verder te doen, maar het is nutteloos de man ziet het niet meer zitten en ziet met lede ogen zijn makkers verder trek­ken. Enkel een zucht en het kraken van de schoenen op de kiezel ver­breekt de stilte. 

En dan plots rinkelt er in het  niets een telefoon. Doodgemoe­dereerd neemt een Japanner zijn GSM uit zijn zak en beant­woordt hijgend de oproep.

Boven de 2800 m begint het zuurstoftekort parten te spelen. Om de haverklap trappen we op onze adem. We denken dat het aan die 60 plus ligt. Maar als we jongeren naar adem snakkend tegen de wand zien leunen of languit in het zand zien gaan liggen, voelen we ons nog bij de goeien. De jongeren klimmen overmoedig op hun kracht, de oudere op hun uithouding soms met beter resultaat.

In elk station zijn er die afhaken, maar het is toch verwon­derlijk hoeveel doorzetten tot het bittere einde, de kudde­geest zit er voor iets tussen. Aan elk station laten ze een brandmerk in het wandelstok zetten, om later hun prestatie te kunnen bewijzen.

Ge kent het spreekwoord van de "laatste loodjes ...", in dit geval wegen ze zwaar, zwaarst, te zwaar. Het duurt nog ter­gend lang voor we onder de poort doorstrompelen en op 3776 m, aan de rand van de krater voor de Shinto-offerplaats staan. Al bij al deden we er 7 uur over. De pelgrims hangen er hun vlagge­tje met belletjes aan en werpen wat geld in de offerbak. En na een korte rust wordt weer de GSM boven­gehaald om aan het thuis­front de prestatie te melden.

Het uitzicht over de lager gelegen bergketen die boven een laag in het dal hangend wolkendek uitsteekt is grandioos. De krater die ontstond na de eruptie in 1707 ligt als een gapende wonde voor ons, schijnbaar volledig gedoofd, maar in Japan weet men nooit. Japans hoogste berg heeft aan de voet een doormeter van 45 km.

Voor we terug afdalen laten we ons even wegdoezelen op één van de houten rustbanken. 't Is hier eenrichtingsverkeer. Afdalen gaat langs een breder lavakiezelpad. De helling is echter zo steil dat we steeds moeten afremmen en oppassen dat we niet onder­uit gaan. ­Marja verzwikt even haar voet en hinkt de eerste minuten met de tranen in de ogen verder. De druk op knieën en kuiten doet na enige tijd pijnlijk aan.  Het laat­ste vlakkere gedeelte vanaf het zesde station lopen we als zombies naar de parking. De groepen die nog netjes in het gelid naar boven trekken kijken ons meewarig aan. Maar het medelijden komt van onze kant, zij moeten er nog aan beginnen.

Na 12 uren staan we terug op ons overnachtingplaatsje en na een boterham met wat noedelsoep en een flinke wasbeurt kruipen we onder de wol. Maar allerlei zere plekken, de oververmoeid­heid en een verbrande huid stellen de slaap nog een hele tijd uit.

Wat zeggen de Japanners ook weer : "'t Zou spijtig zijn de Fuji niet te beklimmen, maar men moet gek zijn om het een tweede maal te doen."

 

   

 

Vindt u dit artikel de moeite? Voeg het toe: Delicious Digg Technorati Furl

Recente artikels

1 reactie tot nu toe

Wat een belevenis !

Armand op October 29, 2007 @ 06:24

Reageer

Hou het beleefd en relevant. Uw E-mail adres wordt niet getoond