China - Shangai - Deel 2
Shangai - Deel 2
Voor tekst en meer foto's zie Shangai - deel 1
Wereldreizigers sinds we samenzijn.
Shangai - Deel 2
Voor tekst en meer foto's zie Shangai - deel 1
Shangai een citytrip.
Waarom in de tijd van de citytrip rage en goedkope vluchten eens geen uitstapje naar Shangai? ’t Is zeker iets anders.
Surf wat op het internet voor een betaalbaar vliegtuigticket neem uw rugzak en vertrek hield ik mezelf voor. Mijn globetrotter gevoel was weer sterker dan mezelf.
Waarom ditmaal eens niet met mijn dochter Chris zonder de mannen gaan rondneuzen in een andere cultuur. We zullen wel zien als we ginder zijn, we trekken onze plan wel zo weerlegden we de argumenten van het thuisfront.
En daar stonden we dan na een geslaagde vlucht met onze Lonely Planet en stadsplan in de hand aan de uitgang van Shangai airport.
Bus Nr 5 gaat naar het centrum van het 30 km verder gelegen Shangai zei onze Lonely Planet. Uitstappen aan Peoples Square, eerste straat rechts, tweede links en ge staat op Nanjing Road “The Place to be” in hartje Shangai.
Onze bagage achter ons aanslepend staan we na wat zoekwerk op de juiste plek. Na een vlugge inspectie links en rechts van de kamers van het aanbod van betaalbare accommodatie belanden we in het “East Asia Hotel”, het oudste op Nanjing road, waar we ons 2 uur na onze aankomst vermoeid maar tevreden laten neervallen op ons bed. Dit wordt voor 8 nachten onze vaste stek. De eerste en belangrijkste hindernis is genomen.
Op het gelijkvloers is een grootwarenhuis met broodjeszaak waar we het nodige vinden voor ons ontbijt. We blijven niet op onze culinaire honger zitten. Overdag springen we één van de vele Aziatische restaurantje binnen of stillen onze honger met een tussendoortje aan één van de straatstalletjes, en voor de frietjes slechts één adres Mc Donalds.
Met onze trouwe Lonely Planet en stadsplan kammen we de volgende dagen de stad uit.
Iedere morgen ontstressen de Chinezen zich massaal. Nanjing Road lijkt s’morgens een balzaal waar ze zich wagen aan alle vormen van salondansen tot de passionele tango toe.
In deze verkeersvrije zone hebben alle grote westerse modehuizen hun filiaal. Moderne consumptiegoederen gaan er vlotjes over de toog. Een shopping paradijs.
De eerste indruk van de stad doet ons meteen beseffen dat we niet in Antwerpen rondlopen. Een wereldstad zeg dat wel. Tot voor het communisme was Shangai het Parijs van het Verre Oosten. Maar met de huidige bouwboom wordt het binnen afzienbare tijd een van de modernste steden van de wereld.
Kuieren over de Bund met een keur van elegante Europese architectuur is een eerste kennismaking met het mondaine Shangai. Pure nostalgie. De promenade langs de Huangpu Rivier is de ideale plaats om even uit te waaien en mensjes te kijken.
Aan de overkant van de rivier in een brede bocht ontplooit zich de skyline met de 5000 wolkenkrabbers van het prestigieuze Pudong. Met deze hyper moderne nieuwe zakenbuurt demonstreert China zijn ambitie voor de 21ste eeuw.
In deze financiële buurt zijn alle wereldtrusts vertegenwoordigd, klaar om de economische explosie van het land op te vangen.
Van op de 420,5 m hoge en 88 verdiepingen tellende “Jin Mao Tower” die meedingt naar de titel voor het hoogste bewoonde gebouw ter wereld hebben we een enig panorama over de stad
De sierlijke wolkenkrabbers zijn het symbool van het zich snel ontwikkelende nieuwe China.
Wie zich wil verdiepen in het religie van de Chinezen heeft keuze te over in de tempels en aan de offerplaatsjes. Shintoïsme, Taoïsme, Confucianisme of Boeddhisme trekken na de communistische verbanning weer terug veel bezoekers. De “Jaden boeddha tempel” waar nog een 700 monniken verblijven is de heiligste plek in de stad
Overal zijn biddende en offerende gelovigen hun goden aan het vereren.
Chinese klassieke wijken uit onze verbeelding worden in Shangai steeds zeldzamer.
De sloophamers maken de wijken met de grond gelijk terwijl reuze kranen al de nieuw woonwijken neerpoten.
Toch is de sfeer in dit labyrint van steegjes voor ons het aangenaamst. We hangen er uren rond. Het straatleven met soms hilarische toestanden eigen geurtjes en kleuren staat in schril kontrast met de hoogbouw vlak er achter. Door de straten trekt een feestelijke optocht . De verwestering had er geen vat op. Vermoedelijk kijken de oudere met lede ogen de teloorgang aan.
De parken zijn de groene longen van de stad die moeten proberen, de overtollige smog en CO2 uitstoot te filteren.. Uitschieters zijn de fraaie Yu-Yuan tuin aangelegd tijdens de Ming periode rond 1560 een oase met veel groen, mooie paviljoenen en bruggetjes die kanaaltjes en vijvers verbinden. Peoples Park is de ontmoetingsplaats van de modale Chinezen. Hier zitten de mannen soms uren te luisteren naar het gefluit van hun vogeltjes.De kooitjes hebben ze opgehangen in de bomen.
Een uitgelezen plek voor hun Tai ji een reeks van oefeningen met erg stijlvolle geconcentreerde soms acrobatische evenwichtsoefeningen onder het moto “een gezonde geest in een gezond lichaam”.
Voor hen die hun prioriteit stellen in het bruisende uitgangsleven is er een gevarieerde keuze aan disco, karaoke en showtempels.
Dit Shangai heeft voor elk wat wils te bieden.
Met een pak nieuwe ervaringen en weer een nauwere moeder-dochter relatie staan we na 9 dagen terug gepakt en gezakt op de vlieghaven.
Marja en Chris Lembrechts
(voor meer foto’s zie ook deel 2)
Korea kaderde in onze 6 maanden reis met onze VW camper door Japan, Korea en Taiwan. Na 3 maanden Japan staken we met de ferry, zonder auto de Japanse zee over voor een bezoekje van een week, zo konden we bij het terugbinnenkomen in Japan weer een nieuwe verblijfsvergunning voor 3 maanden bekomen.
Mensen – Korea
Mensjes kijken is een van onze geliefkoosde bezigheden op reis. In Korea kwamen we weer volop aan ons trekken. Misschien was het een toeval maar de Koreanen schenen een open en uitgelaten volk.
Het grote onderscheid met de Japanners is de schijnbare zelfverzekerdheid van de Koreanen. We worden er op 2 dagen meer aangesproken dan in Japan in 3 maanden. De jeugd kent de modetrends extravagant met gekleurde haren, slodderbroeken, bottinnen en gekke hoofddeksels, maar nooit ordinair, aanstootgevend, vulgair of agressief.
Hun fysionomie schild ook van hun buren over de Japanse zee. Met hun wat rondere gezichten schijnen ze meer aan te leunen bij de Mongoolse type uit het noorden van China.
Voor ons was het een aangename ontmoeting.
Trefwoorden:
Het aangezicht van de wereld,
Korea,
Mensen
Korea kaderde in onze 6 maanden reis met onze VW camper door Japan, Korea en Taiwan. Na 3 maanden Japan staken we met de ferry, zonder auto de Japanse zee over voor een bezoekje van een week, zo konden we bij het terugbinnenkomen in Japan weer een nieuwe verblijfsvergunning van 3 maanden bekomen.
Deel 2
We benutten onze dagen tot het uiterste. Na 2 dagen brengt de vroegste bus ons terug naar Pusan. In plaats van terug richting centrum nemen we de metro 11 stations in de richting Ponosa, een ander belangrijk Shillaklooster dat dateert uit 678.
Op de bus die ons naar het klooster brengt kan de chauffeur niet weergeven op de 10.000 wong die Marja hem aanbiedt. Een oudere Koreaan achter ons betaalt spontaan de 2 ticketten, we geven hem ons resterend klein geld.
Pomosa ligt ver van het feestrumoer en de drukte in de benedenstad van Pusan. Er gaat een rust uit van de in het woud verscholen tempels, schrijnen en pagodes. Voor elk boeddhabeeld of ingang van de heilige gebouwen buigen de gelovigen diep. In elke tempel heeft een eredienst plaats die druk bijgewoond wordt. Monniken begeleiden de ceremonieën.
Op onze wandeling door de kloostergebouwen hebben we een kort gesprekje met een jonge non die aan het vegen is. Blijkt dat ze 5 jaar airhostess was en zich nu voor enkele jaren in het klooster heeft teruggetrokken om te mediteren en tot zichzelf te komen.
Een 40-jarige Koreaan spreekt ons aan. Hij is katholiek priester-theoloog en heeft 7 jaar gestudeerd aan de universiteiten van Trier en München en geeft nu theologie en phsychologie aan de universiteit in Pusan. Hij is hoegenaamd niet te spreken over het moreel verval van de Koreaanse jeugd. Hij heeft ook zijn eigen visie over de devotie van de boeddhisten die hij de materialistische aanpak verwijt die hen jaarlijks miljoenen dollar aan giften opbrengt.
Rond 11.30 uur zijn we in het monnikencomplex. We horen een gongslag. Een man doet teken hem te volgen. Tientallen vrouwen staan aan te schuiven voor de ingang van een zaaltje naast de keuken, het schijnen de werkvrouwen te zijn. De man wil dat we mee aanschuiven. Aanvankelijk weigeren we, maar als ook de vrouwen aandringen, schuiven we mee aan voor een schep rijst en een variatie van zuurzoete groenten. Hoe het allemaal in zijn werk gaat weet ik niet maar wel honderd vrouwen en enkele mannen schuiven aan voor het gratis maal. Afwassen moeten we zelf buiten aan de waterslang.
De laatste dag in Pusan doen we het wat rustiger aan. We verwijlen nog even in "klein Siberië" en half namiddag zitten we terug in de ferryterminal.
Het is er weer dezelfde chaos. Enkelen kennen ons van vorige week. Op de boot komen we terecht tussen 11 vrouwen. Aanvankelijk beweren ze dat er geen plaats is, maar we leggen ons neer en worden na een poosje toch aanvaard.
Na enige tijd vraagt één van de vrouwen ons om 3 flessen sterke drank en 2 sloffen sigaretten, de toegelaten hoeveelheden, voor haar mee door de douane te nemen. Ze wil er zelfs voor betalen. Als ik blijf weigeren dringt ze niet meer aan.
Intussen worden de meegebrachte gerechtjes bovengehaald en zitten de vrouwen in groepjes te eten.
Even voor tien nog een verholen lingerieshow en striptease en even later is er rust aan boord.
's Morgens in Shimonosiki duurt het wel wat langer bij de emigratie dan in Pusan. De Koreanen zijn nu ook buitenlanders en moeten een stempeltje krijgen.
Zonder meer wordt terug een verblijf van 3 maanden in ons paspoort ingeschreven.
Onze Koreatrip zit er op. Al bij al had het heen en weer rijden voor een verblijfsverlenging in Japan meegebracht dat we tijdens de belangrijkste feestweek in Korea waren.
Trefwoorden:
Korea,
Kyung-ju,
Ponosa klooster,
Shilla cultuur
.
Korea kaderde in onze 6 maanden reis met onze VW camper door Japan, Korea en Taiwan. Na 3 maanden Japan staken we met de ferry, zonder auto de Japanse zee over voor een bezoekje van een week aan Korea, zo konden we bij het terugbinnenkomen in Japan weer een nieuwe verblijfsvergunning van 3 maanden bekomen.
HET KAN NIET OP
Vanuit Pusan 21 haltes met de metro, 10 minuten te voet met de rugzak tot aan het station van de autobusexpress, dan bus 11 en anderhalf uur later stappen we af in Kyong-ju.
Deze hoofdstad van het Shillakoninkrijk staat in alle gidsen vermeld als veruit het belangrijkste cultureel historisch patrimonium van Korea.
We verwonderen ons over de feeststemming met vlaggetjes en lampions in de straten. In het vlakbij gelegen informatiecentrum staat het TV-toestel aan. Zingende en dansende groepen vullen het scherm. Het zijn beelden van het stadion in Kyong-ju, waar juist de openingsplechtigheid plaatsheeft van het beroemde jaarlijks Shillafestival. Een volkomen verrassing.
We hadden op de Koreaanse ambassade in België voor ons vertrek navraag gedaan over de data van de feesten dit jaar, de week van 23 september werd ons gezegd. We hadden ze afgeschreven daar dat in ons reisschema niet paste.
Even later staan onze spullen op een hotelkamer en lopen we tussen een feestende menigte die in een kleurrijke optocht vanuit het stadion door de straten trekt en het Shilla-verleden doet herleven.
Deze Shilladynastie, die bijna 1000 jaar overeind bleef, begon ongeveer toen Julius Cesar de fundamenten van Rome bouwde, 57 v.C. schreef men toen. Het hield stand tot in 918. Sindsdien geraakte het in verval en werd de hoofdstad Kyong-ju die in de bloeiperiode een miljoen inwoners telde, een sluimerend provinciestadje met nog amper 150.000 inwoners.
Tot dan begin deze eeuw de nieuwsgierigheid naar het verleden groeide en Kyong-ju één van de belangrijkste culturele steden uit Korea's geschiedenis werd.
De stad ligt nog altijd rond de grafheuvels waaronder de Shillakoningen begraven werden. Indrukwekkend is de reeks tumulussen, meer dan dertig die over een lengte van enkele kilometers van in het centrum tot buiten de stad verspreid liggen. Het werd niet voor niets opgenomen in het wereldcultuurpatrimonium van de Unesco.
Om de tumulussen weer toegankelijk te maken moesten in 1960, 80 huizen onteigend worden. Nu liggen ze in groene parken. De grootste is 30 m hoog en heeft aan de voet een doormeter van 225 m. Onderzocht werden ze eerst begin deze eeuw, onder impuls van koning Gustaaf van Zweden. De onderzoekers stonden verwonderd over de pracht en praal in de dodenkamers.
Graf Nr 155 werd voor bezoekers opengesteld. De binnenruimte is 25 m hoog en heeft een doormeter van 75 m. Middenin staat een houten sarcofaag, waarin de koning in groot ornaat begraven lag. De Gouden kroon, halskettingen, ringen met edelstenen, gordels en sierlijk bewerkte gebruiksvoorwerpen liggen in het graf zoals ze gevonden werden. In de zaal wordt een indrukwekkend assortiment van de 10.000 voorwerpen die in de grafkelder gevonden werden tentoongesteld
Het kan wedijveren met de oude grafkelders in Griekenland of de graven van de farao's in Egypte.
De bus brengt ons de volgende morgen 16 km buiten de stad aan de voet van de heuvel waartegen het Pulguksa-klooster gelegen is. Samen met de Shilladynastie ontwikkelde zich een boeddhistisch geïnspireerd geestelijk leven.
Tegen de hellingen werd vanaf het jaar 528 een aantal tempels en pagodes opgetrokken die als Shilla-architectuur befaamd werd. Kenmerkend zijn de zadeldaken met zwarte pannen en het buitengewoon kunstvol en kleurvol beeldhouwwerk onder de overstekende daken en houtconstructies zowel binnen als buiten.
De serene sfeer eigen aan zo een tempelcomplex is vandaag wel zoek. Uiteraard deelt dit klooster mee in het jaarlijks Shillafestival. Onze feestvreugde kan niet op.
Op het grote podium voor de hoofdingang, waarboven een tanka hangt van wel 30 meter hoog met een gouden boeddha op, beginnen om 13 uur de feestelijkheden.
Na een toespraak van de hoofdlama van het klooster en enkele politieke mandatarissen volgt eerst een boeddhistische plechtigheid. Een half uur duurt het monotoon gemurmel soms overgaand in een brommende stemverheffing van de 4 monniken die zich begeleiden op trom, cimbalen en bellen en die af en toe enkele rituele danspasjes uitvoeren. Naargelang het signaal staan de gelovigen op of buigen diep. Gans de tijd worden er op het podium geldoffers gebracht.
Het feest wordt geopend door een orkest van wel 30 man met hoofdzakelijk Aziatische snaarinstrumenten. Ze begeleiden een vrouwenkoor.
Nadien is er een optreden van professionele dansers, muzikale folkloristische groepen, acrobatische trommelaars en zanggroepen, die steeds onthaald worden op een bewonderend applaus.
Een scherp contrast deze gesmaakte voorstelling, met de volkse uitspattingen van de vorige dagen. Voor ons een verrassingsact in een subliem decor.
Trefwoorden:
Korea,
Kyung-ju,
Pulguksa klooster,
Shilladynastie,
Shillafestival
Korea kaderde in onze 6 maanden reis met onze VW camper door Japan, Korea en Taiwan. Na 3 maanden Japan staken we met de ferry, zonder auto de Japanse zee over voor een bezoekje van een week, zo konden we bij het terugbinnenkomen in Japan weer een nieuwe verblijfsvergunning van 3 maanden bekomen.
EEN SNUIFJE KOREA
Ik lig op mijn tatami op de ferry die ons van Shimonoseki naar Pusan in Korea moet brengen. Naast ons een drukte van jewelste. Onze Koreaanse medereizigers zijn ijverig bezig hun goederen te herpakken. Een oude vrouw naast ons is haar geld aan het tellen dat nadien in een linnen zakje verdwijnt tussen haar bloes. Blijkt dat het legale smokkelaars zijn die de zere plekken van zowel de Koreaanse als Japanse consumptiemarkt kennen en die uitbuiten.
Elektrische toestellen, sterke drank, sigaretten, fototoestellen, cosmetica en instant koffie schijnen in Japan goedkoper of in Korea niet voorhanden. Uit Korea worden goederen meegebracht die in Japan dan weer een stuk duurder zijn. Dus met pak en zak 1 tot 2 maal per week de plas over met hoeveelheden die wettelijk toegelaten zijn.
We hebben "economy class" genomen, dat wil zeggen tussen de sjacheraars. We delen de 8 ligplaatsen in de grote open zaal met 3 Koreaanse vrouwen, een Canadees die Engelse les geeft in Japan en om de drie maanden even over de grens gaat om zijn verblijfsvergunning te verlengen en een Aziaat met Amerikaans paspoort die hetzelfde probleem heeft. Verder geen blanken aan boord. De rest van de 150 plaatsen op afdeling 2B wordt ingenomen door de smokkelaars, voor 70% vrouwen.
Meteen valt het mentaliteitsverschil met de Japanners op. Het is er een stuk luidruchtiger en er wordt fel gediscussieerd. In de haven dachten we al dat het tot een handgemeen kwam over een plaatsje in de aanschuivende rij.
Naast ons lijkt het hoofdkwartier van de smokkelmaffia te zijn. Een struise Koreaan dirigeert de verdeling. Hij maakt een nors gebaar als Marja even over het muurtje kijkt. Hij duldt blijkbaar geen pottenkijkers. Ook onderling wordt er nog gesjacherd. De laatste inkopen aan sterke dranken en sigaretten worden gedaan in de "duty free shop" aan boord.
Als alles herpakt is nemen ze nog een bad en kleden zich om voor de nacht. Overal hangen handdoeken, bloesjes en T-shirts te drogen. Om 22 uur worden de lichten gedoofd en wordt het onwaarschijnlijk stil.
De voorbereidingen voor de ontscheping zijn weer even chaotisch. De gangen lijken te smal om er de uitpuilende sporttassen, valliezen en kartonnen dozen door naar de uitgang te slepen.
In ieder compartiment speelt een TV waar niemand aandacht aan schenkt. Verrast kijk ik op als ik plots de stem en de figuur van Sabine Tiels meen te herkennen op het scherm. Even later zingen op de Brusselse markt de Vlamingen uit volle borst de Vlaamse Leeuw mee. We zijn meteen aan het beeld gekluisterd. Het blijkt één van die manifestaties waarbij Vlaamse eisen gescandeerd worden. Voor de Koreaanse TV is het een nieuwsitem
Bij emigratie en douane komen we in de lange file te staan, maar terwijl de Koreanen langs de rode lijn moeten passeren om aangifte te doen van hun goederen, mogen wij langs de "niets aan te geven", de zogenaamde groene lijn ongestoord door.
Onze plannen om eerst Kyongju, het vroegere Shillakoninkrijk te bezoeken, hebben we op de boot al gewijzigd. Marja had in de haven in Shimonoseki een folder meegepakt waaruit bleek dat in Pusan vanaf de tweede maandag in oktober het Chagalchi festival begint. De feestelijke opening en de optocht willen we niet missen.
Het hotelletje dat we in onze reisgids aangeduid hadden bestaat niet meer. Maar keuze is er genoeg we pikken er hotel Seoel uit vlak bij de haven.
Het park rond de Pusan-toren is al in feeststemming als we er in de namiddag toekomen. TV-camera's verslaan de openingsplechtigheid met toespraken en folkloristische optredens. Daarna zakken we af naar de kleine steegjes in de binnenstad aan de haven, waar het allemaal te doen is. We kunnen er over de koppen lopen. De echte Aziatische sfeer die we in Japan misten. Rond de eetstalletjes hangt de pikante geur van Aziatische gerechten. Het is één groot marktgebeuren. Op iedere straathoek leven jongeren zich uit voor de karaoke-microfoon. Ze geven hun eigen versie van hun favoriete nummer .
De volgende morgen doen we eerst de Chagalchi vismarkt aan. De feestweek wordt genoemd naar deze volksbuurt langs de haven. Het is één van de grootste vismarkten die we ooit bezochten. In de hallen en kraampjes worden zowat alle zeevruchten en vissoorten aangeboden die de oceaan rijk is. Maar ook alle andere goederen die van eigenaar kunnen verwisselen vindt men er.
De keuze aan restaurantjes is weer enorm. Een bank met een stoel naast een kookpot, een schotel groenten en vis is voldoende om er een mini-restaurant van te maken.
We zijn dezer dagen ook op de restaurantjes aangewezen. Nu we ons bestek moeten missen is het een hele bedoening om met de chopsticks de noedels en pikante hapjes bij de mond te brengen. De hygiënische toestanden zijn een stuk minder dan in het buurland. Ter hoogte van elke tafel hangt tegen de muur een rol WC-papier waarvan men zelf zijn servet kan afscheuren.
In de namiddag trekt een uitbundige stoet door de straatjes die het folkloristische leven van de buurt uitbeeldt.
Trefwoorden:
Chagalchi festival,
Korea,
Pusan,
Shillakoninkrijk
Pusan - Deel 2
De volgende morgen houden we het wat rustiger. We verkennen de buurt van het station, Texas Street zoals de Amerikaanse soldatenbuurt sinds de naoorlogse periode heet.
Onze verrassing is totaal als we de straatjes bevolkt zien met blanken. Geen toeristen of Amerikanen, maar stuk voor stuk Russen die hier inkopen komen doen.
De glasnost heeft wel één en ander veranderd. Sinds de Russen vrij eenvoudig hun land kunnen verlaten is het tamelijk nabij gelegen Zuid-Korea, dat dichterbij ligt dan de rest van Rusland, voor de Siberiërs en Russische matrozen een shopping trip geworden. We hadden in de haven al een glimp opgevangen van een bord dat wees naar de ferry "To Vladivostok", een overtocht van 40 uren.
De blok van een achttal straatjes, die samen Texast Street vormden zou men nu klein Siberië kunnen noemen. In plaats van Bill, Joe en Jim zijn het nu Boris, Igor en Iwan die er de bloemetjes komen buitenzetten, want uiteraard floreert de rosse buurt er even vrolijk. Het enige wat bleef is de prijsaanduiding in dollars en het Hollywood hotel.
Alle opschriften op winkels en reclameborden zijn in het Russisch. Op de vensters staan de menu's in het Russisch. Er is een Russisch informatiecentrum en de winkeliers voor zover het al geen Russen zijn, hebben Russische diensters om de klanten te bedienen. Om de haverklap worden we aangesproken door Russinnen die denken dat we landgenoten zijn. Bijzonder lederwaren, sportkledij en elektrische huishoudapparaten schijnen in trek. Uit alles blijkt dat de smokkeltoestanden op de ferry naar Vladivostok dezelfde zijn als op die naar Japan.
Aan die Koreaanse oorlog herinnert alleen nog de begraafplaats van de Verenigde Naties waar gevallenen van 16 landen begraven liggen. Aan de masten wapperen de vlaggen van de geallieerden, waaronder ook de Belgische.
Op het stationsplein hebben op deze zondagnamiddag benefietoptredens plaats ten voordele van het Rode Kruis.
Trefwoorden:
Chagalchifestival,
Korea,
Pusan
Taipe dag 2
Af en toe slenteren we door enkele grootwarenhuizen. 't Is een verrassing. Ze kunnen gerust concurreren met het Westen, zowel wat mode, assortiment, presentatie, als netheid en klantendienst betreft. Een pluspuntje is zelfs de Aziatische charme en vriendelijkheid van het personeel.
Alle dagen trekken we enkele uren uit om ons te laten opnemen in die bedwelmende Aziatische sfeer. Honderden venters, eetstalletjes en kraampjes waartussen slalommende vespa’s zorgen voor een aangename drukte in de smalle steegjes.
Toch gaat een vergelijking met het Chinese vasteland niet op. Alhoewel nog steeds officieel een provincie van China is het door zijn democratisch bestel voor wat de levensstijl betreft veel meer verwesterd.
De laatste dag voor ons vertrek lopen we in Likou de Taoistische tempel binnen. Het jaarlijks tempelfeest heeft er plaats. Het is er erg druk. Priesters dragen doorlopend erediensten op. Terwijl zij de gezangen aanheffen voeren ze rituele offerdansen uit met zwaard en offerdier in de hand, in dit geval een gans. Ze worden begeleid op trommels en fluiten.
Een jonge vrouw die in de tempel religieuze aandenken verkoopt spreekt ons aan in een behoorlijk Engels. We vragen haar naar de betekenis van het steeds weer op de grond werpen van 2 roodgekleurde blokjes. Een ritueel dat we in alle taoïstische tempels zagen.Het blijkt een vorm van maatstaf te zijn om uit te maken in hoeverre de gebeden verhoord worden.
Eerst wordt uit een mandje een qian-een houten staafje-gekozen met tekst en tekeningen op die overeenstemmen met de wensen voor gezondheid, studies, geboorte, materiële welvaart of het welzijn van een afgestorvene. Het staafje wordt samen met de offergave, "ghost money" en voedsel op de offertafel gelegd terwijl men het ritueel van gebeden en bewieroking uitvoert. Dan komt de test of de goden de gebeden al dan niet verhoord hebben. Daarvoor neemt men uit een mand de shimbui-2 halvemaanblokjes met een platte en een bolle kant. Driemaal werpt men ze op de grond. Liggen ze tweemaal met een platte en een bolle kant naar boven dan werd het gebed misschien verhoord. Tweemaal met de bolle kant omhoog dan werd het gebed niet verhoord. Tweemaal met de platte kant omhoog is het gebed verhoord.
In het slechtste geval wordt het ritueel hernomen of wacht men een gunstigere tijd af. In het beste geval gaat men naar een kast met vele schuifjes ergens in de tempel waar men uit een lade die overeenstemt met de tekst op het houten staafje, een briefje neemt waarop verdere aanwijzingen staan om de gelukskansen te verhogen.
Het meisje troont ons mee naar de keuken, waar een heleboel gerechten klaar staan, het één al vreemder dan het andere. In de eetzaal is gedekt voor 50 man. Ze nodigt ons uit voor het etentje om 16 uur. Maar dat past helaas niet meer in ons schema.
Intussen is aan de kleine pagode voor de tempel op een openluchtpodium de opvoering van een Chinese opera begonnen. Een nogal monotoon samenspel van zingen en luidruchtige monologen begeleid op trom en fluit, uitgevoerd door vervaarlijk uitziende gemaskerde mannen en sierlijke lieftallige danseressen. In die sfeer nemen we afscheid van Taiwan.
Nog niet bekomen van de emoties staan we 2 uur later op de vlieghaven. De lange nacht liefst 19 uur donker tijdens de vlucht pal west, verloopt vlekkeloos. Met wat weemoed maar toch erg verheugd op het weerzien landen we in een bevroren Zaventem.
Op 2 januari halen we de wagen op, ook hij overleefde zonder kleerscheuren de containerreis.
Daarmee is onze zevende wereldreis, waarbij we toch een hele boel vragen stelden, weer tot een goed einde gebracht.
Trefwoorden:
Sight-seeing,
Taipe,
Taiwan
Taiwan kaderde in onze reis van 6 maanden naar Japan-Taiwan en Korea. Nadat we onze VW camper vanuit Japan terug naar België verscheepten, vlogen wij naar Taiwan waar we voor 14 dagen een auto huurden.
Sight-seeing in Taipe
Nadat we onze huurauto ingeleverd hebben, zwerven we nog 3 dagen door Taipe de hoofdstad.
Het "Martyr's Shrine" en de Confucius- en Paoantempel liggen binnen loopafstand.
Een Martyr's Shrine, een monumentale gedenkplaats voor de onbekende soldaat, in dit geval voor al de gesneuvelde Taiwanezen in de verschillende oorlogen, vindt men in elke stad. In Taipei heeft er elke dag een nogal sensationele aflossing van de wacht plaats. Een stuntshow in paradepas en veel gemanoeuvreer met het geweer. De pagode, tempel en schrijn hebben die kleurrijke erg decoratieve versieringen eigen aan de Chinese tempelbouw.
De Chinese straatnamen spelen ons een eerste keer parten als we naar de confuciustempel willen. We trachten de Chinese karakters van de straatnamen zo goed mogelijk te ontcijferen, maar uiteindelijk moeten we toch even informeren naar de goede richting. De veertigjarige vrouw die we ons stadsplan tonen weet meteen waar we naartoe willen, maar geeft haar poging om het ons uit te leggen op als ze merkt dat we geen Chinees verstaan. Ze wenkt een taxi laat ons instappen en brengt ons meteen tot voor de tempel enkele straten verder. Voor we haar goed en wel kunnen danken heeft ze de chauffeur betaald en spoedt ze zich vriendelijk wuivend verder.
Ook een confuciustempel vindt men in elke stad. De theorie van Confucius, de grote Chinese wijsgeer, is nog steeds een leidraad voor de Chinezen.
Boeddhisme, taoïsme en confucianisme zijn intussen zo erg met elkaar vergroeid dat in elke tempel wel relicten en afbeeldingen van de 3 versmolten strekkingen terug te vinden zijn.
De confuciustempels vallen op door hun soberheid zoals de meester zelf, met weinig of geen afbeeldingen.
Enkele straten verder staan we bij de taoïstische Paoantempel. Een heel andere sfeer. Voor de offeraltaars en aan de zijnissen met heiligenbeelden en demonen zijn gelovigen devoot aan het bidden, sommigen ingetogen, andere luid roepend of zingend. De lucht is er zwanger van de bedwelmende wierookgeur.
't Is altijd een heel ritueel, het ontsteken van de wierookstokjes, het herhaald buigend groeten, knielen en offeren van geld of voedingswaren, terwijl ergens wel een priester zit gebeden te prevelen en af en toe op een gong slaat. Een sfeer die we in Taiwan dikwijls beleefden.
De Taiwanezen die kost wat kost hun onafhankelijk van China willen waarmaken lopen nogal hoog op met hun boegbeelden
De "Sun Yatsen Memorial Hall", is een mausoleum voor de stichter in 1911 van de democratische "Republic of China". Het symbool van een vrij en democratisch China, dat enkel in de provincie Taiwan overeind bleef.
Het "Chiang Kaishek Memorial" is zeker het imposantste gebouw in Taipei. Hij was de militaire bevelhebber die het democratische gedachtegoed van Dr Sun Yatsen met geweld installeerde in China en president werd. Door zijn vlucht voor het communisme naar Taiwan kon hij daar die democratische staatsvorm tot op heden laten voortleven. Op het gelijkvloers wordt de hele revolutie en evolutie van het Chiang Kaishek-bewind in beeld gebracht.
Eén van de merkwaardigste tempels in Taiwan en zeker de populairste in Taipei vinden we in de stadswijk Wanhua, de volksbuurt. In de door wierook en kaarsdampen zwartgeblakerde Lungshan-tempel is het een voortdurend komen en gaan van de buurtbewoners. Maar ook clochards, ouderlingen, soms al met demente trekjes of mensen die op de rand van de maatschappij leven, hangen rond de tempel en scheppen een aparte sfeer.
Nog even langs het presidentieel paleis en de korte dag, om 17 uur donker, zit er weer op.
Trefwoorden:
Sight-seeing,
Taipe,
Taiwan
Taiwan kaderde in onze reis van 6 maanden door Japan, Korea en Taiwan. Nadat we onze auto vanuit Japan terug verscheept hadden naar België vlogen we voor 3 weken naar Taiwan waar we een Ford camionette huurden.
Het woeste hooggebergte
Het binnenland in hartje Taiwan bevalt ons zo goed dat we tegen schema en tijd in toch nog de 200 km verder door het woeste binnenland er bijnemen.
Vanaf Sun Moon Lake wordt het weer gestadig klimmen. We willen over de hoogste bergpas. Hartje Taiwan is hier wel letterlijk te nemen. Puli 18 km ten noorden Sun Moon Lake is het geografisch centrum van het eiland.
De gehaaste wolken die de hele morgen al verstoppertje speelden met de hoogste bergtoppen, spelen ons nu parten. Enkele honderden meter voor de top van de 3275 m hoge Wustepas, worden we er door opgeslorpt en zitten we in een dikke mist.
't Is één van de weinige plaatsen waar in de maanden januari februari geskied wordt en waar bergbeklimmers hun hartje kunnen ophalen.
Wat we niet in de folders vonden en toevallig ontdekten door een bord langs de weg is Taiwans grootste Taoïstische tempel, 8 km buiten Kukuan. Het complex tegen een bergflank omvat 3 tempels, enkele administratieve gebouwen en een commerciële vleugel met souvenirstandjes en restaurant.
Er zijn niet veel gelovigen op deze vroege zaterdagmorgen, maar die er zijn menen het.
Een vrouw staat luid te zingen, zwaaiend met een handvol wierookstokjes. Voor de hoofdtempel doet een priesteres een vorm van handoplegging bij een vrouw. Niettegenstaande het blijft bij zachtjes wrijven en aanraken van bepaalde lichaamsdelen, laat de vrouw luidop haar gevoelens blijken door pijnlijk te kreunen of zich voldaan en opgelucht te tonen.
Twee jonge vrouwen voeren op blote voeten een rituele dans uit. Een echte evenwichtsoefening met gesloten ogen waarbij lichaam, armen, handen en benen sierlijke vormen aannemen.
Een groepje van 6 in een zelfde geel plunje doet de hele bedevaart met het nodige ritueel langs alle zijnissen en heiligenbeelden.
Terug in de vlakte langs de westkust doen we Taiwans derde grootste stad Taichung aan.
De blikvanger in Taichung is zeker de Paochuen-tempel. In een drukke straat prijkt boven de omheining tussen de omliggende hoogbouw een enorm 32 m hoog verguld boeddhabeeld. Een Maitreya zoals deze dikbuikige schalkse boeddhavoorstelling gezeten op een lotus in India genoemd wordt.
De tuin rond de tempel is opgesmukt met afbeeldingen van de Maitreya. Schijnbaar een levensgenieter die in alle houdingen, levensgroot tot in het lachwekkende toe voorgesteld wordt.
Over een goed uitgebouwde route Nr 3 rijden we langs uitgestrekte aardbeienvelden waaraan de vruchten volop hangen te rijpen, naar Sawan.
't Is wel wat zoeken om het tempelcomplex van Shihtoushan op zo'n 25 km van de hoofdbaan te vinden. Het duurt even voor we de juiste Chinese karakters ontleed hebben, maar een half uur later staan we toch op de parking voor onze laatste nacht in de auto.
Als we 's morgens verschillende Taiwanezen vanaf de parking naar de hoofdtempel zien trekken denken we dat er een vroege eredienst plaats heeft. We volgen ze maar stellen al vlug vast dat het hen daar niet om te doen is. Zij maken er een morgenwandeling van over de rug van de berg.
We hebben er al een stevige wandeling opzitten voor we terug aan het tempelcomplex zijn.
Dit uitgestrekt Boeddhistisch klooster waar monniken en nonnen een spartaans leven leiden ligt uitgestrekt tegen de flanken van "Lion's Head Mountain". Vanop een afstand zou men met wat verbeeldingskracht een leeuwenkop herkennen in de silhouet van de bergflank, vandaar de naam.
De piramidevormige verbrandingsovens bij haast iedere tempel hebben ons al dikwijls geïmponeerd. Hier is een priesteres met veel ceremoniële buigingen, vreemde gebaren en danspasjes de papieren ruikers, figuurtjes en boekjes die op het offeraltaar achtergelaten werden aan het verbranden.
Een man die onze belangstelling ziet legt het uit. De vergulde papieren lotussen, figuurtjes of gewone blaadjes met teksten en tekeningen op is "Ghost Money". Om geen echt geld te moeten verbranden wordt dit nepgeld dat aan de kraampjes rond de tempels met pakken verkocht wordt geofferd.
Tijdens het ritueel met de wierookstokjes waarbij ze de goden om één of andere gunst smeken, ligt het nepgeld op de offertafel. Sommigen verbranden nadien zelf hun "Ghost Money", maar als het papier op de tafel te omvangrijk wordt doet een priester of priesteres het verbrandingsritueel. De rook gaat op in de kosmos om de goden te behagen. Er zijn ook varianten die dan weer slaan op het bevredigen van de wil van boze geesten. Of nog andere die daardoor het nodige zakgeld willen verschaffen aan een afgestorvene voor een beter leven in het hiernamaals.
Truckers werpen onderweg op gevaarlijke plaatsen soms nepgeld uit hun voertuig voor bescherming van één of andere verkeersgod. Daarom ook die honderden kleine offerplaatsjes die men op alle plaatsen in het land vindt en waar altijd wierookstokjes en kaarsen branden en kleine hoeveelheden voedsel en "ghost money" te vinden zijn.
Naargelang de gouden of zilveren opdruk in het midden van het papiertje spreekt men van "Gost Money" of "God Money", die gebruikt worden om de goden te behagen of figuurlijk hun gunsten af te kopen.
Opvallend dat in de tempels alles er op wijst dat enkel gebeden wordt voor het materiële welzijn van zichzelf, zijn familie, omgeving of afgestorvene, maar haast nooit met het inzicht op een beter plaatsje in het hiernamaals.
Trefwoorden:
Het woeste hooggebergte,
Sun moon lake,
Taiwan