Kenia - Tanzania - De trek van de gnoes - 19 november / 2 - reisblog
deel 2 van 3 (zelfde tekst - andere foto's)
Maniara Nationaal Park - Serengeti Nationaal Park
Opnieuw vroeg uit de veren. Gewekt om 6 uur, ontbijt om 6u30 en om 7u30 gepakt en gezakt op weg voor a) onze eerste 'game drive' en b) voor een 250 km lange rit naar het Serengeti Nationaal Park.
De start laat al wat te wensen over, want als onze Land Cruisers zich in beweging zetten begint het al te regenen uit de zwaar bewolkte hemel.
Eustace, onze chauffeur, had het safari dak al geopend en binnen de kortste keren moesten we het safaridak alweer sluiten. Joost beweert evnwel dat het maar een korte bui zal zijn.
Vandaag stat ook onze eerste safaririt op het programma. Een minder gekend gedeelte voor de leken, het Maniara Nationaal Park. Het park wordt gevormd door een zoutwatermeer, een zoetwaterbassin en de hellingen van de westelijke slenk.
Het was al meteen een enorme verassing. Na een uitvoerige geologische briefing door Joost trekken we het park in en zien we meteen al een drietal verschillende soorten apen. Naarmate we verder het park in rijden zien we nog een heleboel kleurige vogelsoorten, zebra's, olifanten, enkele wildebeesten, nijlpaarden, grote groepen pelikanen en enkele leeuwen die hangend in een boom aan het rusten zijn (Maniara Nationaal Park is get enige park waar leeuwen hangend op de takken van de bomen uitrusten.
Na de safari die een drietal uren geduurd heeft, rijden we (op de mooiste weg die we tot dusverre zijn tegengekomen en die door de Japanners aangelegd werd) naar de Ngorongoro krater waar we zullen lunchen.
Het valt ons op dat in Tanzania alles een stuk netter en properder is dan in Kenia.
Net voor de klim rijden we het Ngorongoro park binnen. Aan de ingang is een klein visitor center. Naarmate we de krater opklimmen beginnen de flanken begroeid te zijn met grote bomen. Daartussenin alle soorten tropische en subtropische planten. De weg wordt met de minuut erbarmelijker en we worden in de jeeps van links naar rechts en van voor naar achteren gegooid.
Boven op de kraterrand is er een prachtig panorama van het 600 meter dieper liggende kraterdal.
Van boven op de kraterrand lijkt er beneden nauwelijks leven te zijn. We hebben het dus moeilijk om Joost te geloven die ons zegt dat het beneden in het kraterdal het aardsparadijs is. Op krokodillen en giraffen na vindt men er alle diersoorten die Oostelijk Afrika rijk is. Slechts een zeer beperkt aantal diersoorten verlaten de krater omdat in de krater letterlijk alles aanwezig is wat ze nodig hebben.
Ons Lunchhotel, waar we binnen 3 nachten gaan slapen ligt een tiental km verder op de kraterrand.
We zijn nog niet ver weg, of door wegeniswerken is alle verkeer plots een absolute chaos geworden. De weg is maar half zo breed omdat er aan één zijde hopen stenen en aarde liggen en er plots een grote groep tegenliggers afkomt. Wij en een tiental andere voertuigen moet aan de kant gaan staan, maar omdat er quasi geen kant is, moeten we onze jeeps net naast de diepe afgrond gaan parkeren.
Vermits ik mijn leven niet wil beëindigen in een vulkaankrater besluit ik om de jeep voortijdig te verlaten.
Onze chauffeurs slagen er nochtans in om de klus te klaren.
De schraapmachine komt dan tergend traag langs met een karavaan voertuigen er achteraan. Na een half uur Afrikaanse chaos is de baan opnieuw vrij en tien minuten later schuiven we aan het buffet aan van het Serena Ngorongoro Hotel met uitzicht op het paradijs (volgens Joost).
Om 15 uur rijden we verder voor een 153 km lange tocht naar het Serengeti Serena Hotel. Het is een verharde weg vol met diepe sporen en ontelbare putten. Alle chauffeurs hebben van onze gids de opdracht gekregen om niet te stoppen om wild te bekijken want anders zou de rit zeker 5 uur duren.
Bij het naar beneden rijden vanuit de krater zien we de onmetelijke Serengeti vlakte onder ons liggen. Imposant.
Onderweg waren er ook wegenwerken bezig met grote hopen stenen en zand langs de een kant van de weg. Net op die plaats was een lokale jeep stilgevallen. Niemand kon nog voor of achteruit.
Eustace, onze chauffeur, had zich al gedraait om de hoge kant op te rijden, toen hij op het idee kwam om de jeep in achteruit vooruit te duwen. Enkele minuten later was de motor van het stilstaande voortuig op gang gekomen. Eustace was de redder in nood voor deze mensen die hier anders allicht nog uren en uren op hulp hadden moeten wachten. Afrikaanse solidariteit.
Langs de weg stonden er honderden en honderden gazellen verspreid in kleinere en grotere groepen.
Na een helse rit tegen gemiddeld 70 à 80 per uur komen we net tijdens zonsondergang toe in het Serengeti Serena Hotel.
'De trek van de Gnoe' was een Anders dan Anders reis.




Eustace
Kenia